Wat is een neuroblastoom

Neuroblastoom.
(bron:www.kinderkanker.nl)

Wat is een neuroblastoom?
Het neuroblastoom is een tumor van het onwillekeurige of autonome zenuwstelsel dat b.v. zorgt voor het activeren van spijsvertering en bloeddruk. Het merg van de bijnieren vormt ook onderdeel van het onwillekeurige zenuwstelsel. Dit bijniermerg produceert hormonen zoals adrenaline (stress hormoon) en adrenaline-achtige stoffen. De bijnieren bevinden zich bovenop de beide nieren achterin de buik. Neuroblastomen kunnen overal in het onwillekeurige zenuwstelsel ontstaan, met een voorkeur voor de bijnieren. Neuroblastomen ontstaan waarschijnlijk als gevolg van een fout in de orgaan-ontwikkeling van embryo en pasgeborene en behoren daarom tot de zogenaamde embryonale tumoren.

Wat voor klachten horen erbij?
De meeste patienten hebben een tumor in de buik (60-75%), een kleiner deel in de borstholte (15-25%), hals (5%) of bekken (10%). De buiktumoren geven klachten van een opgezette buik, soms met buikpijn, misselijkheid, maar meestal met opvallend weinig klachten. In de borstholte geven neuroblastomen vaak weinig tot geen klachten. In de hals staat zwelling op de voorgrond, en soms is er druk op de luchtpijp (benauwdheid, hoorbare ademhaling). In het bekken geeft de tumor soms aanleiding tot obstructie van blaas en/of darm met plasstoornissen of obstipatie. Uitzaaiingen komen voornamelijk voor in botten en beenmerg (binnenste van bot), en soms lymfeklieren of longen. Dit kan aanleiding geven tot wisselende klachten van pijn in botten en gewrichten, niet willen lopen, algemeen niet lekker voelen. Ook hebben patiënten met uitzaaiingen meer algemene klachten zoals gewichtsverlies, verminderde eetlust, bloedarmoede, lusteloosheid en klagelijk gedrag. Bij diagnose heeft ongeveer de helft van de patiënten een beperkte, gelokaliseerde tumor zonder uitzaaiingen, en de andere helft een zogenaamde hoog risico tumor met of zonder uitzaaiingen.

Hoe vaak komt het voor?
Het neuroblastoom is na de hersentumoren de meest voorkomende vaste tumor van de kinderleeftijd. Ongeveer 10 op de 1.000.000 kinderen wordt er jaarlijks door getroffen, oftewel 8-10% van alle kinderen met kanker. Een neuroblastoom ontstaat meestal onder de leeftijd van 5 jaar, en is zeldzaam boven de 10 jaar. Gemiddeld zijn de patiënten ongeveer 2 jaar oud bij diagnose.


Wat is chemotherapie ?
________________________________________

Chemotherapie betekent eigenlijk niets meer dan het behandelen van een ziekte met scheikundig bereide stoffen. Toch is chemotherapie een beladen woord. Dit omdat het onverbrekelijk met kanker is verbonden en daardoor ook vaak met de dood. Stoffen die bij chemotherapie worden gebruikt zijn vaak zeer giftig. Dit betekent dat chemotherapeutische middelen (cytostatica) behalve kwaadaardige cellen ook de gezonde lichaamscellen aantasten. Chemotherapeutische middelen komen via de bloedbaan in het hele lichaam. Daardoor kunnen ze behalve de tumor, ook op eventuele uitzaaiingen op andere plaatsen in het lichaam inwerken. De kunst van een behadeling met chemotherapeutische middelen bestaat erin om wel de kankercellen te doden en niet de gewone cellen. Tumorcellen hebben de eigenschap zich snel te delen en juist op die celdeling werkt de cytostatica in. Jammer genoeg zijn er in ons lichaam weefsels en organen die ook snel delen : het beenmerg, het slijmvlies (van het hele spijsverteringskanaal), de geslachtsorganen en het haar. Deze organen en weefsels zijn dus ook erg gevoelig voor chemotherapie. Hoe groot die gevoeligheid is, valt op voorhand moeilijk te zeggen en is individueel verschillend. De laatste jaren zijn er wel betere medicijnen ontwikkeld die deze nevenwerking tegengaan. Misselijkheid en braken kunnen met de huidige medicijnen goed tegengegaan worden. De nevenwerkingen worden later uitgebreid besproken.

Hoe wordt de behandeling gegeven ?

Chemotherapeutische middelen kunnen op verschillende manieren toegediend worden :
* Via de mond ; in de vorm van een tablet of een capsule.
* Via een infuus ; een cytostaticum kan op verscheidene manieren in een ader gebracht worden :
-Via een ader in de arm ;
Dit noemt men een perifeer infuus omdat het infuus in een oppervlakkige ader wordt geplaatst. Het cytostaticum wordt meestal verdund in een oplosmiddel in de bloedbaan gebracht en komt zo in het hele lichaam.
- Via een grotere ader onder het sleutelbeen (subclavia katheter) of in de hals (jugularis katheter) ;
- Via een poortkather ;
Een poortkatheter is een volledig implanteerbaar toedieningssysteem dat gebruikt wordt om medicijnen in de bloedbaan toe te dienen.
De poort wordt onderhuids geplaatst en is van buitenaf slechts te zien als een kleine zwelling onder uw huid. Dagelijks verzorging is meestal niet nodig en de poort heeft geen invloed op uw dagelijkse activiteiten.
De poort is ontworpen in speciale materialen voor veilig en langdurig gebruik.
De poort bestaat uit een reservoir (ongeveer 3,5cm in diameter) dat van boven is afgesloten door een zelfsluitend siliconen membraan. Aan dit reservoir is een katheter bevestigd waardoor de medicijnen in de bloedbaan worden gebracht.
De plaatsing van de poort gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving tijdens een kleine chirurgische ingreep. De poort wordt meestal net onder het sleutelbeen geplaatst.
Eenmaal onderhuids geplaatst is de poort klaar om medicatie in de bloedbaan te brengen of om bloedstalen af te nemen. Om toegang tot het systeem te krijgen, wordt een speciale naald gebruikt.
Gedurende de eerste dagen moet de insnede regelmatig gecontroleerd worden en steriel verzorgd. Als de wond ��nmaal genezen is, hoeft u geen extra speciale verzorging toe te passen en kunt u uw dagelijkse activiteiten weer gewoon voortzetten.
Na elke behandeling en soms tussen de behandelingen, als de poort niet vaak gebruikt wordt, wordt deze met een speciale oplossing (heparine) doorgespoeld. Dit om verstoppingen van het systeem te voorkomen. Minimaal om de 6 weken moet de poort gespoeld worden.
In principe kan de poort blijven zitten zolang de arts dit nodig acht.
De poort kan met een kleine chirurgische ingreep verwijderd worden.
- Via een hickman katheter ;
De Hickman katheter is bestemd voor een langdurige toegang tot de bloedbaan. Deze katheter heeft drie aparte kanalen (lumina) waarlangs verschillende vloeistoffen kunnen toegediend worden. Sommige ziekten vereisen dat er complexe chemokuren kunnen gegeven worden, zoals bij de verschillende vormen van leukemie. Deze pati�nten moeten gedurende verschillende maanden behandeld worden en hebben dikwijls nood aan bloedproducten en voeding via een infuus. De hickman katheter laat toe om deze verschillende vloeistoffen tegelijk toe te dienen. Via de hickman katheter kan ook op een gemakkelijke manier bloed afgenomen worden. Tussen de chemokuren blijft deze katheter ter plaatse. De thuisverpleegkundige zal deze katheter verder verzorgen in de periode dat u thuis bent.

Nevenwerkingen chemotherapie.

Het beenmerg is een orgaan dat in staat is tot grote delingsactiviteit zodat er zich -soms levensbedreigende- nevenwerkingen kunnen manifesteren te wijten aan een onderdrukking van zijn delingscapaciteit.
Het beenmerg zorgt o.a. voor de aanmaak van rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Door een verminderde aanmaak kunnen tijdelijk problemen optreden die aanleiding kunnen geven tot nevenwerkingen.

Witte bloedcellen.
Witte bloedcellen zijn een belangrijke component in ons verdedigingsmechanisme tegen infecties, door een verminderde aanmaak zal er een tekort kunnen optreden (leucopenie) wat onze afweer zal verminderen.
Men spreekt van leucopenie indien het aantal witte bloedcellen daalt beneden een waarde van 3000 WBC/mm2 , indien het aantal neutrofielen lager is dan 500 treden er belangrijke gezondheidsrisico�s op.
De verminderde aanmaak van witte bloedcellen is van tijdelijke aard.
Men kan van de meeste medicamenten voorspellen wanneer de �nadir� optreedt.
Er treedt een spontaan herstel op. (afhankelijk van toegediende dosis)
Het toegenomen infectierisico maakt het noodzakelijk de pati�nt in te lichten i.v.m. mogelijke infectietekens zodat er indien, nodig tijdig de nodige behandelingen kunnen ingesteld worden.
Koorts, koude rillingen, hoofdpijn, zich echt heel ziek voelen.
Afhankelijk van de plaats van de infectie kunnen meer specifieke tekenen voorkomen zoals keelpijn, hoest, een verstopte neus (infectie van de luchtwegen), een branderig gevoel bij het wateren (infectie van de urinewegen), buikkrampen, een branderige pijn aan de anus (darminfectie). Een huidinfectie kan plaatselijke roodheid, een zwelling warmte en pijn veroorzaken. Ook vochtverlies (eventueel etter) uit ogen of oren zou op een infectie kunnen wijzen.
Preventief zal de pati�nt best enkele raadgevingen in acht nemen om het optreden van een infectie te voorkomen.
Het contact met ziektekiemen zoveel mogelijk trachten te voorkomen (geen contact met manifest zieke mensen, drukke gelegenheden vermijden, geen vaccinaties, geen contact met dierlijke uitwerpselen, �)
Zorgen voor een optimale gezondheidstoestand (algemene hygi�ne, �gezonde� voeding, �)
Alert zijn voor mogelijke infectietekens en zo nodig contact opnemen met geneesheer of verpleegkundige.
Indien het aantal witte bloedcellen extreem laag gaat kan het, om een goede therapie mogelijk te maken, soms aangewezen zijn om �groeifactoren� toe te dienen (enkel terugbetaald in bepaalde indicaties). In andere gevallen zal men genoodzaakt zijn om de volgende behandelingen uit te stellen of de dosis te reduceren.

Bloedplaatjes.
Door een vertraagde aanmaak van bloedplaatjes kan er tijdelijk een tekort optreden met een verhoogd risico op een ernstige bloeding tot gevolg.
Men spreekt van thrombopenie indien het aantal bloedplaatjes lager dan 100.000/mm is, de risico�s op bloedingen nemen toe indien het aantal bloedplaatjes onder 40.000/mm daalt, volgens medische orders is een thrombocytentransfusie aangewezen bij waarden lager dan 20.000/mm.
De verminderde aanmaak van bloedplaatjes, een gevolg van chemotherapie herstelt spontaan maar tussentijdse transfusie of uitstel van behandeling kan aangewezen zijn.
De pati�nten met te weinig bloedplaatjes vertonen gemakkelijk blauwe plekken, deze blauwe plekken kunnen klein en stervormig zijn (petechie�n), frequent optreden van spontane neusbloedingen, bloedend tandvlees, hevigere menstruaties en bij optreden van eventuele verwondingen zullen bloedingen langer duren.
Om problemen te voorkomen kan men de pati�nt enkele raadgevingen meegeven:
Trachten verwondingen te voorkomen, bij werken in tuin, � handschoenen dragen.
Electrisch scheren i.p.v. met scheermesje.
Bezoek aan tandarts uitstellen of tandarts op de hoogte brengen van het feit dat men chemotherapie volgt, voorzichtig tanden poetsen, geen tandenstokers gebruiken, �
Geen medicatie nemen zonder voorschrift van de behandelende geneesheer, zeker geen aspirines nemen of medicatie die aspirine bevat.
Best geen I.M. inspuitingen laten geven (tenzij niet anders mogelijk is).
In geval men toch een verwonding oploopt of er zich een bloeding voordoet is het best dat men onmiddellijk de wonde afdrukt (met de hand), daarna een drukverband aanbrengen.
Indien men ijs aanbrengt op een wonde zorgt de koude er voor dat de bloedvaten samen trekken wat het risico op grote bloedingen vermindert.
Ook onderhuidse bloedingen tracht men best te behandelen door ijsapplicatie.

Rode bloedcellen.
De aanmaak van rode bloedcellen kan vertraagd zijn door onderdrukking van het beenmerg, wat resulteert in bloedarmoede.
Bloedarmoede zal niet zo vlug optreden na het starten van de behandeling, het is eerder na herhaalde behandelingen dat er een tekort zal optreden, indien er geen andere factoren meespelen (post operatief, bestaande bloedarmoede voor de chemotherapie, voedingsdefici�nten, algemene slechte toestand, �.)
De bloedarmoede ten gevolge van chemotherapie herstelt spontaan na het be�indigen van de behandeling, soms kan een tussentijdse bloedtransfusie aangewezen zijn.
Men zal trachten, afhankelijk van de individuele pati�nt, om een Hgb waarde van 10 g/dl te behouden.
Bloedarmoede kan zich manifesteren door een bleek uiterlijk, snelle vermoeidheid bij geringe inspanning, kortademigheid bij inspanning, hoofdpijn, snelle pols, hartkloppingen, concentratiestoornissen.
De bloedarmoede -tenzij miskend, of een combinatie met andere pathologie- zal zelden levensbedreigend zijn maar kan de pati�nt zijn levenskwaliteit toch verminderen vandaar best volgende raadgevingen voor de pati�nt:
Extra inspanningen in de mate van het mogelijke vermijden.
Voldoende rustperiodes inlassen in het verloop van de dag, uitputting vermijden.
Bij het bestaan van duizeligheid proberen plotse bewegingen te vermijden.
Indien niet echt noodzakelijk vermijden van met een auto te rijden, eventueel zich laten rijden.

Gastro intestinale problemen.
Misselijkheid en braken.
Door toedienen van cytostatica kan in het lichaam een reactie van misselijkheid en braken opgewekt worden. Dit fenomeen kan verschillend zijn van pati�nt tot pati�nt en kan wisselend zijn in ernst.
Het mechanisme kan op diverse wijzen veroorzaakt worden.
Meestal zullen toxische stoffen de bloed/hersen barri�re doorbreken en het braakcentrum in de hersenen prikkelen waardoor een braakreflex kan opgeroepen worden.
De klachten kunnen optreden tijdens de toediening van de cytostatica of tijdens de eerstvolgende uren of dagen na de toediening.
De duur en de ernst van de klachten is afhankelijk van de soort en hoeveelheid van toegediende stoffen evenals van de ingestelde antiemetica behandeling.
Met de laatste geneneratie antiemtica kan misselijkheid en braken in het grootste deel van de gevallen voorkomen worden of verminderd tot draaglijke proporties.
Wat men in dit verband veel minder in de hand heeft is de persoonlijke ingesteldheid van de betreffende pati�nt, zo stelt zich vaak het probleem van anticipatorisch braken wat met geen der klassieke antiemetica kan onderdrukt worden.
Hierin is vooral de rol van begeleiding en voorlichting van de pati�nt essentieel.
Het zal duidelijk zijn dat klachten van misselijkheid en braken een bepalende invloed kunnen uitoefenen op de quality of life van de pati�nt gedurende het verloop van de behandeling, vandaar dat goede informatie, naast een ge�igende medicamanteuze benadering erg belangrijk zijn.
Geef de pati�nt de nodige voedingsadviezen, zowel betreffende de te vermijden voeding (warm eten, sterk gekruid eten, vette of erg zoete spijzen, �) als aan te raden voeding (droge voeding als beschuit en toast, magere voeding, koude gerechten, voldoende drinken d.w.z. 1.5 tot 2 liter extra/d).
Geef suggesties i.v.m. maaltijden (licht ontbijt voor de behandeling, frequente kleine en licht verteerbare maaltijden, goed kauwen, langzaam eten, rustig drinken, rust na de maaltijd, niet zelf eten bereiden, �)
Geef algemene adviezen:
Voorgeschreven antiemetica nemen volgens voorgesteld schema.
Eventueel relaxatieoefeningen doen.
Zorgen voor afleiding.
Controleer lichaamsgewicht.
Bij misselijkheid:
. adem langzaam en diep met open mond
. zuig op een ijsblokje
Indien er ernstige tekens van ondervoeding of deshydratatie optreden zal contact moeten opgenomen worden met de behandelende geneesheer of de verpleegkundige. (groot gewichtsverlies, dorstgevoel, droge en gerimpelde huid, oververmoeidheid, weinig en erg geconcentreerde urine, �)

Constipatie.

Als gevolg van chemotherapie zien we vaak constipatieproblemen optreden bij pati�nten, deze geven dan vaak buikkrampen, moeilijke en harde stoelgang, opgezette buik, misselijkheid en braken, gebrek aan eetlust, �
De oorzaak kan velerlei zijn.
Sommige cytostatica hebben rechtstreeks invloed op de bezenuwing van de darmen en kunnen een verminderde beweeglijkheid veroorzaken met soms erg uitgesproken constipatie tot gevolg, in sommige gevallen kan dit zelfs leiden tot een paralytische ileus.
Anti emetica kunnen een vertraging van de darmpassage veroorzaken.
Een andere leefgewoonte, minder eten en drinken en verminderde lichaamsbeweging kunnen eveneens constipatie veroorzaken.
Constipatie veroorzaakt door medicatie is tijdelijk, het al dan niet optreden van klachten en de ernst er van is afhankelijk van de ingestelde behandeling.
Bij deze nevenwerking is het voorkomen belangrijker (en gemakkelijker) dan het genezen vandaar dat goede informatie voor de pati�nt essentieel is.
Medicatie volgens voorschrift. (preventie of behandeling)
Voedingsadviezen.
V��r het ontbijt een glas lauw water of vruchtesap drinken.
Voldoende drinken (1.5 tot 2 liter extra/dag)
Vezelrijke voeding (bruin brood, volkorenprodukten, zemelen, peperkoek, �)
Veel fruit en rauwe groenten.

Extra zemelen
Algemene adviezen.
Voldoende beweging nemen omdat beweging de darmwerking stimuleert.
Zo regelmatig mogelijk naar het toilet gaan, niet uitstellen, er voldoende tijd voor nemen.
Geen medicatie nemen zonder voorschrift (sommige medicamenten kunnen constiperend werken zonder dat de pati�nt er van op de hoogte is).

Diarree.

Door een invloed op (darm)slijmvliescellen kan chemotherapie diarree veroorzaken, deze diarree kan erg uitgesproken zijn met vloeibare stoelgang, soms slijmerig en bloederig.
Combinatie met andere behandelingen (bestraling op darmen), of darminfecties kunnen de klachten verergeren.
Dit kan -zeker indien er nog last van misselijkheid en braken is- leiden tot deshydratatie en verstoring van de electrolytenhuishouding.
Meestal zal er een spontaan herstel optreden van de maag- en darmcellen zodat de klachten van diarree, afhankelijk van de ernst, verdwijnen na enkele dagen.
Aangepaste voeding kan de ernst van de diarree verminderen of er voor zorgen dat de klachten vlugger verdwijnen.
Voedingsadviezen:
Voeding mag de ontlasting niet bevorderen.
. Drink veel water, thee, bouillon, groentesap (tomatesap), cola, wortel- of bosbessesap.
. Vermijd koffie, te koude of te warme dranken.
. Eet beschuit of toast bij wat u drinkt
. Vermijd een te vette voeding, te sterk gekruide voeding, ontbijtkoek, vers fruit, �
Voeding mag geen gasvorming veroorzaken (uien, koolsoorten, champignons, peulvruchten, gasvormende dranken als bier en spuitwater, kauwgom�)
Voeding moet goed verteerbaar zijn (zachte en/of vloeibare voeding, geen vers brood, geen vers fruit (wel bananen), geen spruiten, �).
Algemene adviezen.
Nooit medicatie nemen tegen diarree zonder voorschrift.
Controleer stoelgangfrequentie.
Verzorg de huid na elke stoelgang (zacht toiletpapier, niet geparfumeerde zeep, �)

Mucositis (mondslijmvliesontsteking).

Slijmvliescellen zijn sneldelende cellen en zullen onder invloed van chemotherapie een vertraging in groei ondervinden.
Door tijdelijk tragere groei kunnen er in het ganse verloop van het maag/darm stelsel defecten in de mucosa op treden. Indien dit voorkomt in de mondholte spreken we van mucositis.
Afhankelijk van de toegediende medicatie (soort en hoeveelheid) zal de ernst van de mucositis vari�ren van mild tot ernstig.
De mucositis zal optreden ongeveer 10 � 14 dagen na het toedienen van de cytostatica en zal spontaan verdwijnen na ��n week (tenzij surinfectie).
De klachten zijn in eerste instantie een droge mond en keel, achteraf komt hierbij een branderig gevoel met overgevoeligheid voor hete, koude of sterk gekruide spijzen.
Er kunnen zich surinfecties voordoen met een witte of gele aanslag in mond/keelholte.
Het slikken, kauwen en praten kan soms erg pijnlijk zijn.
Mondspoelingen kunnen de last verlichten, ze zullen echter het optreden van de mucositis niet kunnen voorkomen, wel de eventuele surinfecties.
Algemene adviezen.
Voedingsadviezen:
Geen scherpe kruiden als peper, curry, mosterd, geen alcohol, geen te hete gerechten, geen koolzuurhoudende dranken, prikkelend fruitsap kan zachter gemaakt worden door een scheutje room toe te voegen, koude gerechten als roomijs kunnen als aangenaam ervaren worden, vermijd harde en droge voeding, melk kan hinderlijke slijmvorming veroorzaken, donker tafelbier kan overdreven slijmvorming verminderen, �
Gebruik geen tabak.
Houd de mond vochtig door regelmatig kleine hoeveelheden te drinken, door de mond te spoelen of door op ijsblokjes te zuigen.
Vermijd uitdrogen van de lippen, gebruik hiervoor een lippenbalsem.
Zorg voor een goede mondhygi�ne (poets de tanden na elke maaltijd, gebruik een zachte tandenborstel, gebruik een kleurloze, niet schurende tandpasta met fluor, gebruik tandzijde in plaats van een tandenstoker).
Indien u een kunstgebit draagt verwijder dit dan zeker �s nachts of tussen de maaltijden.
Zorg voor een vochtige lucht in uw omgeving.
Verminderde eetlust, reuk en smaak veranderingen.
Verminderde eetlust, reuk en smaak verandering kan een gevolg zijn van de ingestelde behandeling (chemotherapie) maar kan ook veroorzaakt worden door de nevenwerkingen die een gevolg zijn van de behandeling of van andere factoren (stress).
Indien de chemotherapie de oorzaak is van de optredende klachten zullen deze verdwijnen na het stopzetten van de behandeling.
Let er vooral op dat ondanks de klachten het gewichtsverlies van de pati�nt beperkt blijft om problemen te voorkomen.
Om groot gewichtsverlies te voorkomen kan het aangewezen zijn van een calorierijke voeding te nemen:
Tussentijds iets extra eten, liever pudding, pap, ... dan stuk fruit.
Gesuikerde dranken i.p.v. andere, roomboter i.p.v. margarine, extra room aan voeding toevoegen, aardappelpuree met room of boter, pasta�s, gekookte groenten met witte saus.
Eventuele voedingssupplementen (niet overdrijven met tussendoortjes om eetlust niet af te remmen).

Huidproblemen.

Haarverlies.
Haarwortelcellen die zorgen voor de groei van het haar kunnen door diverse cytostatica geremd worden in hun groei en kunnen alzo haaruitval veroorzaken.
Naargelang van de chemotherapie zal het haar al dan niet volledig uitvallen.
Haarverlies ten gevolge van chemotherapie treedt op drie weken na de eerste toediening (de periode dat de breuklijn nodig heeft om te groeien van de haarwortel tot de hoofdhuid).
Haarverlies veroorzaakt door cytostatica is altijd reversibel, twee � drie maanden na het be�indigen van de behandeling zal het haar opnieuw beginnen te groeien.
Het nieuwe haar kan een andere kleur of structuur hebben.
Haarverlies is steeds een zware emotionele gebeurtenis, of het nu om een man of vrouw gaat maakt niet veel uit. Het is een aantasting van het zelfbeeld, vaak is het de ultieme confrontatie met het ziek zijn.
Door sommige technieken en/of raadgevingen kan het haarverlies voorkomen of beperkt worden.
Gebruik van een cold cap of ijskap kan haarverlies voorkomen mits goed gebruik, d.w.z. dat de kap tijdig wordt opgedaan (30� v��r de start van de behandeling), dat de hoofdhuidtemperatuur laag genoeg komt en dat de kap lang genoeg ter plaatse blijft (tot 2 � 3 uur na de behandeling, afhankelijk van gebruikte cytostatica)
Het principe van een cold cap berust op de redenering dat een voldoende vasoconstrictie t.h.v. de hoofdhuid voorkomt dat de haarwortelcellen worden blootgesteld aan de toegediende cytostatica.
Andere aanbevelingen kunnen het haarverlies beperken of de last verminderen.
Laat bij het begin van de behandeling het haar kort knippen, korte haren maken het haarverlies minder zichtbaar en de gevoeligheid van de hoofdhuid wordt verminderd (net voor het haar uitvalt is de hoofdhuid erg gevoelig).
Gebruik een zachte borstel of een kam met ver uit elkaar staande tanden om het haar te kammen, vermijd overdreven kammen en begin van onderen.
Hou het haar schoon maar vermijd overdreven gebruik van haarverzorginsprodukten, gebruik een shampoo met een neutrale pH, gebruik een cr�mespoeling of conditioner na het wassen.
Vermijd haarverf, kleurshampoo, bleekprodukten, permanent, krulspelden, electrische haardrogers, haarspelden, haarbanden, strikken �
Een zalf op de hoofdhuid kan jeuk voorkomen.
De pati�nt heeft recht op een financi�le tussenkomst van het ziekenfonds bij de aanschaf van een pruik, hiervoor is een verklaring van de behandelende geneesheer noodzakelijk.
Een pruik wordt best aangeschaft bij het begin van de behandeling (keuze, gewenning)
Een pruik wordt tussentijds best af gezet om de hoofdhuid te laten �ademen�.
Hoofddeksels (muts, sjaaltjes, petten,�) zijn luchtiger dan een pruik en kunnen zeker in de zomer meer comfort bieden.
Bescherming van de hoofdhuid is belangrijk om afkoeling te vermijden, via de hoofdhuid kan 25 % van de lichaamswarmte verloren gaan.

Veranderingen van huid en nagels.

Onder invloed van cytostatica kan de huid veranderen.
Er kunnen huidpigmentaties optreden, meestal donkere verkleuringen, voornamelijk op aan de zon bloot gestelde plaatsen zoals aangezicht, handen en armen.
De huid kan dunner worden (gevaar voor doorligwonden bij bedlegerige pati�nten).
De huid kan harder en meer gespannen voorkomen waardoor er gemakkelijk huidkloven kunnen ontstaan (met risico op surinfecties).
Nagels kunnen licht verkleuren, er kunnen verdikkingen optreden of randen ontstaan, ze kunnen broos worden en gemakkelijk afbreken.
Na inspuiten van chemotherapie kunnen aders verkleuren.
Huidreacties kunnen gedurende het ganse verloop van de behandeling ontstaan, de eerste symptomen worden pas zichtbaar na enkele weken. Soms kunnen huidverkleuringen nog langere tijd na het be�indigen van de behandeling blijven bestaan. Ze verdwijnen meestal spontaan.
Eerdere huidproblemen kunnen onder invloed van chemotherapie opnieuw de kop opsteken (recall fenomeen).
Om problemen te voorkomen is het raadzaam de pati�nt de raad te geven de
huid tegen bijkomende irritaties, verwondingen en ontstekingen te beschermen zolang de behandeling duurt.
Vermijd overmatige blootstelling aan de zon, indien de pati�nt toch in de zon loopt wordt best een zonnecr�me met beschermingsfactor groter dan 20 gebruikt; in de mate van het mogelijke de schaduw opzoeken of voor lichte kleding zorgen.
Huid wassen met een neutrale, niet geparfumeerde zeep. Bij een droge huid eventueel een bodylotion of vochtinbrengende cr�me gebruiken na het baden.
Contact met irriterende produkten voorkomen (schoonmaak- en afwasprodukten).
Verwondingen voorkomen.
Bij gecombineerde chemotherapie en bestralingen is het risico op huidproblemen vergroot.

Oogontsteking.

Als gevolg van chemotherapie kan er conjunctivitis optreden, deze zal erger zijn bij een langdurige toediening (enkele dagen na elkaar in een continu infuus) en bij hogere doseringen.
De verschijnselen kunnen optreden enkele dagen na de behandeling en kunnen blijven bestaan ��n week tot 14 dagen na het stop zetten van de behandeling.
De pati�nt klaagt dan van prikkelende ogen (alsof er zand in de ogen is gekomen), de oogranden kunnen rood en gezwollen zijn. Er kan korstvorming optreden.
Om langdurige last te voorkomen is het best dat de pati�nt enkele voorzorgsmaatregelen in acht neemt:
Volgens voorschrift oogdruppels en/of oogzalf.
Bij pijnlijke ogen deze voldoende rust gunnen, ogen beschermen tegen fel (zon)licht, sterke wisselingen in lichtintensiteit voorkomen (tv kijken in voldoende verlichte kamer), lezen met voldoende achtergrondverlichting, rusten met gesloten ogen.
Eventuele korstjes losweken en verwijderen.
Matig zijn met gebruik van make up, zorgen voor goede oogreiniging voor het slapen gaan.

Extravasatie/pijn op de plaats van de inspuiting.

Na de toediening van chemotherapie kan een lichte verkleuring van de huid optreden op het verloop van de ader door een lokale prikkeling. De verkleuring kan wit, rood of bruin zijn.
De pijn verdwijnt spontaan na enkele uren of dagen, de verkleuring kan blijvend zijn.
Bij een extravasatie is er (een deel) van de cytostatica naast de bloedvaten gelopen door een foutieve toediening of leccage t.h.v. een hoger gelegen defect in de bloedvatwand (van voorafgaande bloednames).
Afhankelijk van het toegediende cytostaticum zal er een al dan niet ernstige weefselnecrose kunnen optreden.

Ademhalingsproblemen.

Kortademigheid.
Kortademigheid ten gevolge van chemotherapie kan optreden na de behandeling, soms kunnen de symptomen pas optreden na meerdere behandelingen.
In sommige gevallen kan een reeds bestaand longprobleem verergeren.
De kortademigheid kan een gevolg zijn van aantasting van het longweefsel door chemotherapeutica (vb longfibrose t.g.v. bleomycine) maar kan ook een gevolg zijn van vochttoediening, gepaard met chemotherapie (decompensatie).
Kortademigheid kenmerkt zich door een vluggere en/of een oppervlakkigere ademhaling dan normaal waardoor de pati�nt het gevoel krijgt niet genoeg lucht (zuurstof) te krijgen.
Kortademigheid is erg beangstigend voor de pati�nt en kan leiden tot grotere zuurstofnood.
In situaties waarin de pati�nt erg gespannen is kan hij/zij gemakkelijk hyperventileren.
Bijkomende inspanningen zullen de toestand verergeren.
Om de gevolgen van kortademigheid te verminderen of om te voorkomen dat de pati�nt door angst (gevolg van zuurstofnood) in paniek geraakt geeft men best volgende adviezen:
Er zorg voor dragen in een zuivere, frisse omgeving te verblijven met zo weinig mogelijk ademhalingsprikkelende stoffen in de lucht (roken, poeders, a�rosols, stof, �)
Goede luchtvochtigheidsgraad (60 %).
Overdreven inspanningen vermijden, activiteiten over de ganse dag spreiden en regelmatig rustpauzes inlassen.
Eventueel slapen in half rechtzittende houding.
Tijdens een aanval van kortademigheid diep in en uit ademen v��r een openstaand raam, armen gespreid en voorwaarts steunend op de vensterbank.
Paniek trachten te vermijden.

Hoest.

Sommige cytostatica kunnen een prikkeling van het longweefsel veroorzaken wat aanleiding kan geven tot een droge kuch.
De combinatie met bestralingen kan deze symptomen verergeren.
Hoest kan ook een gevolg zijn van andere factoren (lokale luchtwegprikkeling, gevolg van bronchitis, �)
Men geeft best dezelfde raadgevingen als in geval van kortademigheid aan de pati�nt om deze klachten te verminderen.
In het geval de hoest gepaard gaat met slijmproduktie dient men na te gaan of er geen andere oorzaak van de hoest kan zijn (kleur van fluimen, bloed in fluimen, geur, pijn bij hoesten, �)

Uro-genitale problemen.
Nierfunctie.
Een groot deel van de gebruikte cytostatica dienen na metabolisatie uitgescheiden te worden via de nieren.
Een goede nierfunctie is daarom noodzakelijk om de volledige dosis van chemotherapie te kunnen toedienen, vandaar het belang van regelmatige screening van nierfunctieparameters.
Problemen met de nierfunctie dienen door een goede monitoring v��r het instellen van de behandeling voorkomen te worden, bij randwaarden van nierfunctie kan eventueel door bepaalde hydratatieschema�s toch nog een volwaardige therapie gegeven te worden.
Deze hydratatie dient in bepaalde mate thuis verder gezet te worden.
Moeilijkheden bij het wateren.(cystitis)
Sommige cytostatica of hun metabolieten kunnen een prikkeling van de blaaswand veroorzaken, daardoor kan een - soms haemorrhagische - blaasontsteking ontstaan.
De pati�nt zal dan volgende klachten hebben: vaak kleine hoeveelheden wateren, telkens een dringende behoefte voelen om te wateren terwijl de eerste straal wat op zich laat wachten en moeilijk verloopt, een branderig gevoel na het wateren, een drang om te wateren zonder dat er urine geloosd wordt, een pijnlijk gevoel in de onderbuik (doffe, lage rugpijn).
De urine kan troebel en/of bloederig zijn.
Urine kan een heel sterke geur hebben. (surinfectie)
Preventie:
Voldoende drinken: 1.5 tot 2 liter/dag. Vocht verdunt de urine zodat het risico op een chemische cystitis vermindert.
Regelmatig wateren om te voorkomen dat resten van chemotherapie produkten te lang in de blaas blijven staan, zeker voor het slapen gaan nog wateren, verder minstens om de vier uur.
Bijkomende prikkeling van de blaaswand voorkomen (geen caffe�ne bevattende dranken als koffie, thee, cola, geen alcoholische dranken, geen te scherpe kruiden, geen tabak)
Verkleuring van de urine.
Door toediening van chemotherapie kan de kleur van de urine veranderen, ze kan afhankelijk van de toegediende produkten rood, oranje of blauw worden.
Deze verkleuring heeft geen nadelige gevolgen en zal spontaan verdwijnen na enkele dagen.
Toch blijft het aangewezen van steeds veel te drinken na toediening van chemotherapie.

Vochtopstapeling.(oedeem)
Indien het lichaam minder vocht verliest dan het inneemt spreekt men over vochtretentie. Dit zal vooral zichtbaar zijn aan gezwollen handen en enkels, in die gezwollen handen en enkels zal men �putjes� kunnen duwen. (oedeem)
Er zal een duidelijke gewichtstoename zijn.
In ernstige gevallen en/of bij een vooraf bestaand long - of hartprobleem kan kortademigheid optreden.
Bij (langdurig) gebruik van cortisonen zal er gemakkelijker oedeem ontstaan, er kan dan ook een oedeem van het aangezicht optreden.
Meestal zal het oedeem tijdelijk zijn, in geval van mildere vormen is een behandeling niet noodzakelijk en zal dit spontaan verdwijnen.
In geval problemen verwacht worden (kortademigheid) of bij gecombineerde pathologie zal een diureticum worden voorgeschreven.
Bij langdurig gebruik van diuretica is het raadzaam de pati�nt te vragen een kaliumrijke voeding te nemen aangezien kalium in verhoogde mate wordt uitgescheiden bij gebruik van diuretica (abrikozen, bananen, sinaasappelen, pruimen, rozijnen, dadels, melk, �)
Overmatige zoutinname dient vermeden te worden.
Om het comfort te verbeteren geeft men best de raad geen nauw sluitende kleding te dragen (knellende schoenen, nauw sluitende mouwen, �) zodat de bloedcirculatie niet belemmerd wordt (juwelen,�.)
Hoogstand van het lidmaat kan het oedeem doen afnemen.

Verminderde vruchtbaarheid bij de man.

Afhankelijk van ingestelde behandeling, leeftijd en algemene toestand zal de vruchtbaarheid nadelig be�nvloed worden tijdens chemotherapie.
Door de invloed op het spermatogenetisch epitheel zal er een verminderde zaadcelproduktie zijn tijdens chemotherapie.
Het aantal zaadcellen zal verminderen, de kwaliteit van de geproduceerde zaadcellen zal minder zijn (minder beweeglijk).
De nadelige gevolgen kunnen van tijdelijke of blijvende aard zijn, afhankelijk van de intensiteit en aard van de ingestelde behandeling en de algemene toestand.
V��r het instellen van de behandeling kan er eventueel sperma ingevroren worden dat dan achteraf kan gebruikt worden. (beperkte houdbaarheid, kostprijs!!!)
Tijdens en tot 6 maanden na de behandeling is het raadzaam een voorbehoedmiddel te gebruiken om afwijkingen aan de foetus te voorkomen. (condoom)

Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw.

Chemotherapie kan een nadelige invloed hebben op de vruchtbaarheid bij de vrouw, afhankelijk van de ingestelde behandeling, de leeftijd en de algemene toestand.
De chemotherapie zal door zijn invloed op het gonadotrofisch epitheeel de hormonenproduktie verstoren waardoor een onregelmatige menstruele cyclus zal optreden.
Tijdens de behandeling kunnen de menstruaties volledig uitblijven.
Door de hormonale veranderingen kunnen de typische kenmerken van de menopauze optreden zoals: warmte opwellingen, jeuk, een droge vagina enz.
Het risico op optreden van vaginale infecties, o.a. door atrofische slijmvliezen, verhoogd.
Afhankelijk van de intensiteit en aard van ingestelde chemotherapie zullen de nadelige gevolgen op de vruchtbaarheid tijdelijk of blijvend zijn.
Tijdens de behandeling en tot zes maand (enkele jaren) nadien is het raadzaam een voorbehoedmiddel te gebruiken om afwijkingen aan de foetus te voorkomen.

Veranderde sexualiteitsbeleving.

Sexuele gevoelens en gewoonten kunnen tijdens de chemotherapie veranderen. Bij sommige mensen wordt het sexleven intenser, bij anderen wordt het minder goed.
Er zijn veel factoren die het sexleven negatief kunnen be�nvloeden zoals stress, vermoeidheid, een gevoel van zwakte, een veranderd lichaamsbeeld (kaalheid, amputatie, �), familiale en financi�le problemen enz.
Soms zien mensen af van sexuele betrekkingen omdat men angst heeft voor eventuele besmettelijkheid van de ziekte, �
Om relationele problemen in de mate van het mogelijke te voorkomen is het belangrijk dat men helpt om deze problemen bespreekbaar te maken, meestal zullen de problemen na het be�indigen van de behandeling verdwijnen.
Er dient gekozen te worden voor een omgang waarin beide partners zich goed kunnen voelen, affectiviteit kan op verschillende manieren getoond worden, praten over deze gevoelens kan een relatie intenser maken.

Neurologische symptomen.

Spier- en zenuwpijnen.
Bepaalde cytostatica hebben een negatieve invloed op het zenuwstelsel. De klachten kunnen erg vari�ren, meestal zullen in eerste instantie de langere uitlopers van het zenuwstelsel ge�rriteerd raken (sensorische banen), later kunnen er motorische problemen optreden.
De pati�nten kunnen klagen van een �voos� gevoel in de vingers, later kan het zijn dat de pati�nt minder kracht heeft in de vingers en dat er problemen optreden met co�rdinatie van fijne bewegingen zoals het sluiten van een knoop, het vasthouden van een pen e.d.
Soms zijn er klachten van een drukkende pijn in de voetzool.
Onhandigheid, evenwichtstoornissen, gehoorstoornissen en algemene spierzwakte kunnen voorkomen.
Bij aantasting van de bezenuwing van de gastro intestinale tractus kan maagpijn en verstopping voorkomen. (paralytische ileus)
Meestal is er een progressief verloop, d.w.z. dat er in eerste instantie milde klachten optreden die verergeren indien geen therapie aanpassingen gebeuren.
Zelden zullen erge klachten optreden na een eerste behandeling.
In de meeste gevallen zal er traag een spontaan herstel optreden na het be�indigen van de behandeling. (6 maand tot ��n jaar)
Vitamine B supplementen kunnen het optreden van de klachten verminderen (voorkomen).
Om problemen te voorkomen kan men best de raad geven dat de pati�nten best voorzichtig zijn met het manipuleren van dure en breekbare voorwerpen indien er stoornissen zijn in de fijne motoriek en spierzwakte.
Bij bestaan van duizeligheid en evenwichtsstoornissen moet het besturen van een voertuig afgeraden worden, best gaan deze mensen ook niet alleen op stap.

Zwakte, vermoeidheid.

De pati�nt kan zich moe en lusteloos voelen, inslapen is soms moeilijk, de gewone dagdagelijkse bezigheden kunnen een probleem zijn.
Neerslachtigheid is soms gevolg, soms oorzaak.
Optreden van deze klachten kan een gevolg zijn van de behandeling, het is ook mogelijk dat er specifieke onderliggende problemen zijn die deze klachten veroorzaken (bloedarmoede, polyneuropathie, ...)
De duur van de klachten is afhankelijk van de aard van de behandeling en de eventuele onderliggende oorzaak maar kan lang aanhouden.
Om de last van deze klachten zo gering mogelijk te houden kan men de pati�nt aanraden om extra rust- en slaappperioden in te lassen in de dag, men kan de activiteiten plannen over de ganse dag en beperken tot datgene wat men belangrijk vindt of graag doet.

Oorsuizen/verminderd gehoor.

Bepaalde cytostatica kunnen inwerken op het gehoor, dit kan na verloop van tijd gepaard gaan met een vermindering van het gehoor.
Deze gehoorsvermindering kan blijvend zijn en dient onmiddellijk gemeld te worden aan de behandelende geneesheer.
In sommige gevallen kan een hoorapparaat uitkomst bieden, de pati�nt wordt best aangeraden om tijdens gesprekken achtergrondgeluiden tot een minimum te beperken (radio, tv, verkeer), oogcontact tijdens een gesprek maakt het soms makkelijker om toch nog goed te verstaan wat er gezegd wordt, een gesprek in beperkt gezelschap verloopt het gemakkelijkst.
Soms kan men last krijgen van oorsuizen, dit kan gepaard gaan met een bonzend of ruisend geluid.
Oorsuizen kan plotseling optreden en is meestal maar van korte duur.

Hoofdpijn

Hoofdpijn kan een gevolg zijn van de toediening vancytostatica en/of bepaalde antiemetica.
De hoofdpijn verdwijnt spontaan na het stoppen van de betreffende medicatie, soms is het aangewezen een lichte pijnstiller te nemen.
Het kan voldoende zijn om te verblijven in een rustige omgeving met zwak licht en/of te rusten met het hoofd lichtjes verhoogd.
Indien de hoofdpijn aanhoudt na het be�indigen van de behandeling en indien er bijkomende klachten zijn als misselijkheid, gezichtsstoornissen, concentratiestoornissen en duizeligheid is er mogelijk een andere oorzaak.

Emotionele reacties.

Het volgen van een chemotherapiekuur is steeds een emotionele belasting, het soort medicatie heeft hierop geen of weinig invloed.
Stemmingsveranderingen of overgevoeligheid is frequent voorkomend, neerslachtigheid, angst en ongerustheid kunnen aanleiding geven tot spontane huilbuien, �
Het zijn normale reacties op een situatie die gekenmerkt wordt door een periode van onzekerheid.
Hoe de pati�nten best omgaan met deze gevoelens is individueel erg verschillend men kan wel enkele raadgevingen geven om het gemakkelijker te maken, er dient benadrukt te worden dat het normale gevoelens zijn die meestal spontaan verdwijnen na verloop van tijd.
De aandacht richten op het nu, niet te ver in de toekomst plannen. (�carpe diem�)
Proberen tot rust te komen in perioden van grote spanning.
Dingen doen die ontspannen, contact met mensen die men sympatiek vindt.
Zorgen voor verstrooiing, boeken lezen, tv kijken, �
Eventuele technieken voor relaxatie uitproberen (ademhalingstechnieken, spierrelaxatie, �.)
Beweging, dagdromen, �
Bidden of mediteren voor wie gelovig is.
Trachten een positieve instelling te ontwikkelen.
Regelmatig contact houden met vrienden en collega�s.
Concentreren op dingen die goed gaan, dingen doen die men graag doet en waar men zich goed bij voelt.
Zichzelf af en toe verwennen.
Gesprekspartner(s) zoeken waar men over zijn problemen kan praten, emoties niet te veel opkroppen.

Diverse.

Koorts ten gevolge van chemo.
Na toediening van bepaalde cytostatica (bleomycine, interferon) kan koorts optreden als een soort allergische reactie.
Deze koorts treedt meestal op 4 tot 8 uur na de toediening van de medicatie en kan zeer hoog zijn (tot 40�C).
De koorts zal spontaan verdwijnen binnen de 24 uur na de toediening van de medicatie.
Een paracetamol preparaat kan voldoende zijn om de koorts te milderen, meestal zal men trachten om deze medicatie toe te dienen kort voor het slapen gaan zodat de koorts gedurende de nacht optreedt en de pati�nt hiervan minder last ondervindt.
Men geeft best de raad om in perioden dat temperatuur verhoging optreedt voldoende te drinken, voldoende rust te nemen en er voor te zorgen dat men voldoende lichaamswarmte kan kwijt raken.
Koorts die langer dan 24 uur aanhoudt dient een alarmteken te zijn van een mogelijke infectie.
Grieperig gevoel.
Na toediening van chemotherapie kan men last krijgen van koorts, misselijkheid, braken, buikpijn, vermoeidheid, een verminderde eetlust, spier- en botpijn, oogontsteking, �.
Deze tekens wijzen op een reactie van het lichaam op toegediende medicatie en zijn tijdelijk, ze verdwijnen meestal spontaan een tweetal dagen na de behandeling.
Paracetamol kan de klachten verminderen.
Onmiddellijk na de toediening van de medicatie neemt men best voldoende rust.

by Martine | Friday 22 July 2005 0:32am | Wat is Neuroblastoom | permalink | 7 comments